Europese onderzoekers: zonder samenhang geen herstel van bestuivers |
|
|
|
|
 |
| 84 sec |
Nieuw whitepaper en cijfers over de wintersterfte onder honingbijen zetten bestuivers opnieuw op de agenda
Afgelopen winter overleefde 24 procent van de Nederlandse honingbijenvolken de winter niet. Tegelijkertijd roepen Europese onderzoekers overheden op om bestuivers veel nadrukkelijker mee te nemen in landbouw-, natuur-, klimaat- en chemiebeleid. De hoge wintersterfte onder honingbijen en de achteruitgang van wilde bestuivers zijn niet hetzelfde probleem, maar onderstrepen volgens de onderzoekers wel hoe belangrijk bestuivers zijn en hoe breed de aanpak moet zijn.
Uit de jaarlijkse enquête van Wageningen University & Research blijkt dat in de winter van 2025-2026 24 procent van de Nederlandse honingbijenvolken is gestorven. Daarmee ligt de wintersterfte voor het vierde jaar op rij boven de 20 procent. Volgens de onderzoekers spelen onder meer de varroamijt, ziekten, voedseltekorten en het verlies van de koningin daarbij een rol. Ook de mogelijke invloed van de Aziatische hoornaar wordt onderzocht.
Honingbij is niet hetzelfde als wilde bestuiver
De cijfers over honingbijen staan los van de achteruitgang van wilde bestuivers, benadrukken onderzoekers. Honingbijen worden gehouden door imkers en hun overlevingskansen hangen voor een groot deel samen met beheer en de gezondheid van het volk. Wilde bijen, zweefvliegen en vlinders zijn juist afhankelijk van voldoende voedsel, geschikte leefgebieden en een landschap waarin zij zich kunnen verplaatsen.
|
|
Honingbijen en wilde bestuivers hebben verschillende problemen, maar vragen allebei om aandacht
| |
|
Pleidooi voor samenhangend beleid
Die boodschap staat centraal in een nieuw whitepaper van acht Horizon Europe-projecten. De onderzoekers stellen dat het Europese doel om de achteruitgang van bestuivers in 2030 te stoppen nog onvoldoende is terug te zien in verschillende beleidsterreinen. Dat geldt onder meer voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, klimaatbeleid en de regels rond chemische stoffen. Volgens de onderzoekers is veel winst te behalen als bestuivers een vaste plek krijgen in al het beleid dat invloed heeft op hun leefomgeving. Ook pleiten zij voor meer samenwerking tussen overheden, agrariërs, terreinbeheerders, ketenpartijen en inwoners.
|
|
Bestuivers verdienen een vaste plek in landbouw-, natuur-, klimaat- en chemiebeleid
| |
|
Ook gemeenten kunnen bijdragen
Voor gemeenten en beheerders van de openbare ruimte ligt er volgens de onderzoekers een belangrijke rol. Door bloemrijke bermen en groenstroken goed te beheren, leefgebieden met elkaar te verbinden en bij de inrichting van de openbare ruimte rekening te houden met bestuivers, kan hun leefomgeving worden versterkt. CLM Onderzoek en Advies ondersteunt de oproep als één van de 25 kennispartners binnen het Horizon Europe-project Butterfly. In Zeeland onderzoekt de organisatie samen met agrariërs, keten- en gebiedspartijen welke verbindingen bestuivers nodig hebben om zich door het landschap te kunnen verplaatsen.
|
Herstel van bestuivers vraagt om meer dan losse maatregelen; beleid moet beter op elkaar aansluiten
| |
|
| Wageningen University and... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|