11 nieuwe richtlijnen voor gemeenten om insectenverlies in de stad te keren |
|
|
|
|
 |
| 91 sec |
Handleiding geeft praktische handvatten voor meer biodiversiteit in de openbare ruimte
Nederland heeft meer functioneel en ecologisch waardevol groen nodig om insectenpopulaties te herstellen. Hier schreven we onlangs ook al over. Vooral in steden ligt volgens experts een belangrijke kans. Nieuwe richtlijnen voor stedelijke biodiversiteit adviseren om in elke stad minimaal één aaneengesloten gebied van 8.000 m² ecologisch in te richten.
| Oproep tot vergroenen (Beeld NWST, ter illustratie) |
De richtlijnen zijn opgesteld door Collectief Natuurinclusief, samen met EIS Kenniscentrum en Natuur & Milieu. In een nieuwe handleiding staan elf aanbevelingen die gemeenten en ontwikkelaars helpen om insecten meer ruimte te geven in de bebouwde omgeving.
Meer samenhang in groenstructuren
Een belangrijke stap is het aanleggen van zogenoemde natuurkernen: groene gebieden van minimaal 0,8 hectare, verspreid door de stad. Deze gebieden moeten met elkaar verbonden zijn via groenblauwe structuren, zoals bomenrijen, bermen, watergangen en hagen. Zo kunnen insecten zich makkelijker verplaatsen.
|
|
Nieuwe richtlijnen voor stedelijke biodiversiteit adviseren om in elke stad minimaal één aaneengesloten gebied van 8.000 m² ecologisch in te richten
| |
|
Inheems en gevarieerd groen
De richtlijnen leggen nadruk op het gebruik van inheemse beplanting zonder pesticiden. Variatie in hoogte en structuur is daarbij belangrijk. Denk aan een opbouw van bomen, struiken en kruiden, met geleidelijke overgangen. Ook op daken en gevels liggen kansen om meer groen toe te voegen.
Beheer en bodem als basis
Naast inrichting speelt beheer een grote rol. Extensief maaien - maximaal twee keer per jaar en niet alles tegelijk - helpt insecten te overleven. Ook een gezonde bodem en voldoende water, zoals sloten en poelen, zijn essentieel. Het advies is om volledig te stoppen met het gebruik van pesticiden in beheer en aanleg.
|
|
De richtlijnen leggen nadruk op het gebruik van inheemse beplanting zonder pesticiden. Variatie in hoogte en structuur is daarbij belangrijk
| |
|
11 richtlijnen voor insectvriendelijke steden
| 1. | | Richt natuurkernen in, verspreid door de stad, van minimaal 0,8 hectare
| | 2. | | Zorg voor groenblauwe verbindingen tussen leefgebieden
| | 3. | | Gebruik inheemse bomen, struiken en planten zonder pesticiden
| | 4. | | Breng variatie aan in hoogte en structuur van het groen
| | 5. | | Kies voor een breed aanbod aan kruiden, planten, struiken en bomen
| | 6. | | Benut ook daken, gevels en erfafscheidingen voor vergroening
| | 7. | | Zorg voor voldoende nest- en schuilplekken voor insecten
| | 8. | | Werk aan een gezonde, levende bodem
| | 9. | | Zorg voor variatie in water, zoals sloten en poelen
| | 10. | | Stop met het gebruik van pesticiden
| | 11. | | Beheer groen extensief: maai maximaal twee keer per jaar en laat delen staan
|
|
Betrek bewoners en uitvoerders
Volgens de opstellers is communicatie met bewoners en uitvoerders nodig om maatregelen te laten slagen. Denk aan informatieborden of lokale campagnes om draagvlak te creëren.
Op 23 april organiseert Natuur & Milieu een workshop over insectvriendelijke steden in Den Bosch. Gemeenten, grondeigenaren en initiatiefnemers gaan daar samen aan de slag met praktische toepassingen van de richtlijnen. Deelname is gratis.
|
|
Een belangrijke stap is het aanleggen van zogenoemde natuurkernen: groene gebieden van minimaal 0,8 hectare, verspreid door de stad
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
|
 |
|
Maarten H. van Atten
woensdag 15 april 2026 |
|
Heel goed. Graag inheems veranderen in 'inheems en autochtoon', zodat we echt Nederlandse herkomst gan planten. |
|
|
|