Oslo sluit zich aan bij Nederlands DMI-netwerk: 'We willen van binnenuit leren' |
|
|
|
|
 |
| 83 sec |
Oslo ziet kansen in de Nederlandse aanpak van klimaatadaptatie, datadeling en samenwerking in de openbare ruimte
De Noorse hoofdstad Oslo sluit zich aan bij het Nederlandse DMI-ecosysteem (Digitale Infrastructuur voor de Gebouwde Omgeving). De stad wil leren hoe Nederlandse overheden, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken aan grote opgaven in de stad, zoals klimaatadaptatie, energietransitie en het slimmer beheren van de openbare ruimte.
Wie denkt dat Oslo vooral naar Nederland kijkt vanwege digitalisering, heeft maar deels gelijk. Volgens de Noorse deelnemers spelen in beide landen veel van dezelfde vraagstukken. Hoe houd je steden leefbaar? Hoe ga je om met ruimtegebrek, klimaatverandering en steeds meer data? En hoe zorg je dat verschillende organisaties samenwerken in plaats van ieder hun eigen oplossing bouwen? Dat was voor Oslo reden om zich als eerste buitenlandse stad aan te sluiten bij het DMI-ecosysteem. Binnen dit netwerk werken overheden, bedrijven en kennisinstellingen samen aan digitale oplossingen voor de gebouwde omgeving.
'We werken aan exact dezelfde problemen'
Samenwerken voordat er een aanbesteding ligt
Volgens Thomas Johansen van de gemeente Oslo zit juist daar de kracht van de Nederlandse aanpak. Waar veel projecten beginnen met een aanbesteding, ziet hij dat Nederlandse partijen al veel eerder rond de tafel zitten. 'Jullie komen niet pas bij elkaar als de aanbesteding op tafel ligt, maar werken vanaf de start samen aan een opgave.' Voor gemeenten kan dat interessant zijn. Denk aan vraagstukken rond groenbeheer, klimaatadaptatie, mobiliteit of de inrichting van de openbare ruimte. Door afspraken te maken over data en samenwerking hoeft niet iedere organisatie opnieuw het wiel uit te vinden.
|
|
Laat zien wat werkt, maar ook wat niet werkt
| |
|
Leren van binnenuit
Oslo kiest bewust niet voor een traditionele samenwerking tussen steden. Volgens Thea Pope leveren dat soort contacten vaak vooral mooie presentaties op. Het DMI-ecosysteem biedt volgens haar iets anders: de mogelijkheid om mee te kijken achter de schermen. 'In een ecosysteem zie je ook wat niet werkt, waar mensen over twijfelen en welke keuzes onderweg zijn gemaakt.' Daarbij ziet zij ook verschillen met Nederland. De druk op ruimte, energie en stedelijke ontwikkeling is hier groter. Daardoor zijn Nederlandse overheden volgens haar eerder gedwongen geweest om slimmer samen te werken met marktpartijen.
Digitale lessen voor de stad
Oslo brengt zelf ook ervaring mee. Zo werkt de stad met een klimaatbudget en onderzoekt zij hoe gegevens over bedrijven, vergunningen en betrouwbaarheid veilig tussen steden en landen kunnen worden gedeeld. De komende twee jaar wil Oslo vooral ontdekken welke onderdelen van de Nederlandse aanpak daadwerkelijk werken en hoe die toepasbaar zijn in Noorwegen. Mogelijk kunnen later ook andere Noordse steden aansluiten.
|
|
Voor ons is dit geen podium, maar een leertraject
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|