Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

RIVM bemoeit zich met groen, dus er is iets aan de hand

ARTIKEL
BELEID & JURIDISCH
Facebook Linkedin Whatsapp
Heleen Kommers, maandag 2 maart 2026
283 sec


Geen nieuwe groennorm, wél verschuiving in manier van kijken

Bij groenprofessionals zijn ze inmiddels goed bekend: de 3-30-300-regel, GIOS, boomnormen. Dat kader bestaat al een tijd. Toch kwam er eind 2025 iets bij. Het RIVM publiceerde vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten in de openbare ruimte. Het instituut benadrukt zelf dat het geen nieuwe normen zijn. Maar wie het rapport leest, ziet wel dat er iets verschuift in de manier waarop naar de openbare ruimte wordt gekeken.


In veel plannen komt groen pas later aan bod. Eerst woningen, wegen en parkeren, daarna kijken of er nog plaats is voor bomen, plantsoenen of speelplekken. Het RIVM draait die volgorde niet om, maar schuift er wel een extra perspectief bij. Bij keuzes over straten en pleinen wordt nu ook gekeken naar gezondheid. Niet vanuit het oogpunt van ontwerp of beheer, maar van volksgezondheid. Dat maakt deze publicatie anders dan veel eerdere richtlijnen.

Joeri Meliefste - Sweco

Andere stem in het gesprek

Die andere stem komt niet uit de groensector en ook niet uit de ontwerpwereld; juist dat valt op. Het RIVM laat zien dat de inrichting van buurten invloed heeft op hoe mensen zich voelen, hoeveel ze bewegen en hoe ze hun omgeving gebruiken. Het gaat niet alleen om sporten, maar ook om hitte, stress en verblijfskwaliteit. Voor advies- en ingenieursbureaus helpt dat bij het voeren van gesprekken, merkt Joeri Meliefste van Sweco. 'Wij kunnen nu zeggen: dit is niet alleen een wens van ontwerpers of groenafdelingen; dit is wetenschappelijk onderbouwd. Dat het RIVM dit nu zegt, geeft ons advies extra gewicht.'


De regels kennen we al

Inhoudelijk is veel herkenbaar. De 3-30-300-regel speelt een centrale rol: zicht op groen vanuit huis, 30 procent boomkroonbedekking in de buurt en een groengebied op loopafstand. Meliefste: 'Het RIVM maakt deze regel dus wel breder: de 3 uit de 3-30-30-regel slaat expliciet op 3 bomen, terwijl het RIVM zegt: uitzicht op groen. Ik ben voorstander van het laatste! Waarbij natuurlijk niet iedere grasspriet meetelt, dus moet je eigenlijk nog definiëren welk groen wel of niet en hoe groot dit groen moet zijn.' Ook de overlap met de handreiking Groen in en om de Stad (GIOS) is groot. Afstanden en aantallen komen grotendeels overeen, zoals 350 tot 500 vierkante meter groen per woning binnen vijf kilometer.


Dat is logisch. GIOS helpt gemeenten bij ruimtelijke keuzes: waar leg je groen aan en op welk schaalniveau? Het RIVM kijkt naar dezelfde ruimte, maar stelt een andere vraag: wat betekent deze inrichting voor het dagelijks leven van bewoners? 'Die redenatie kennen we al', zegt Meliefste, 'maar hij wordt nu expliciet gekoppeld aan gezondheid. Dat helpt om het verhaal anders te vertellen.'

Van cijfers naar dagelijks gebruik

Tegelijk blijven de vuistregels grof. Percentages en afstanden zeggen iets, maar laten veel ruimte voor interpretatie. Zo stelt het RIVM dat 25 procent van de openbare ruimte beweegvriendelijk moet zijn. 'Op papier is dat zo geregeld', zegt Meliefste. 'Maar waar zit die ruimte dan? In elke straat? Of ergens achteraf? Dáár zeggen de vuistregels niets over.'


Dat geldt ook voor groen. Het RIVM benadrukt terecht dat het gaat om uitzicht op groen, niet alleen om aantallen bomen. Maar volgens Meliefste blijft de vertaalslag naar inrichting en gebruik onderbelicht. 'Als de route naar een park via een heet, stenig plein loopt, haken mensen af. Dan gaan ze alsnog met de auto of helemaal niet.'

Lydia van Herwaarden-Slob, senior communicatieadviseur Programma Gezonde Leefomgeving bij het RIVM: 'Het rapport gaat uit van groen dichtbij huis. Dat is vooral belangrijk voor mensen die minder ver kunnen lopen, zoals jonge kinderen en mensen die slecht ter been zijn. Daarom wordt in de analyses gekeken op buurtniveau: waar wonen mensen en welk groen ligt daar in de directe omgeving. De vuistregels zijn vooral bedoeld om ruimte voor groen, bewegen en ontmoeten veilig te stellen. Voor de verdere uitwerking verwijzen we naar andere hulpmiddelen, zoals de Gezond Groen Wijzer. Daarin staat per type groen welke gezondheidseffecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld het belang van koele en prettige looproutes. Bij de toepassing van de vuistregels is bovendien ruimte om gemotiveerd af te wijken, als de situatie daar aanleiding toe geeft.'

Ruimte maken vraagt keuzes

Die manier van kijken sluit aan bij de praktijk, maar legt ook spanning bloot. De openbare ruimte zit vol. Mobiliteit en parkeren speelt daarin een grote rol. 'De auto slokt enorm veel ruimte op', aldus Meliefste. 'Dat heeft vooral te maken met gewoontes. In wijken met een centrale parkeervoorziening zie je eerst weerstand, maar later zeggen bewoners: het is koeler, groener en gewoon fijner.'


Volgens hem vraagt dit om andere keuzes dan gebruikelijk. Minder ruimte voor de auto, functies combineren en parkeren anders organiseren. 'Dat lukt niet vanzelf. Daar moet je als gemeente echt lef voor tonen.' Het RIVM laat weten ervoor te pleiten om vanaf het begin het gezondheidsbelang mee te nemen.

Marc Meijer - Norminstituut bomen

Botsing met dagelijkse praktijk

Ook Marc Meijer, directeur van het Norminstituut Bomen, ziet de waarde van de RIVM-publicatie vooral in de afzender. 'Dat een nationaal gezondheidsinstituut zegt dat groen essentieel is, helpt enorm op beleidsniveau.'
Tegelijk vindt hij dat het rapport op onderdelen te weinig oog heeft voor de realiteit in bestaande steden. Als voorbeeld noemt hij de aandacht voor bredere stoepen om ontmoeting mogelijk te maken. 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik geen sociaal contact kon hebben doordat een stoep te smal was. Wat je dan krijgt, is meer verharding, terwijl we juist ruimte zoeken voor groen.' Meliefste is het daar helemaal mee eens: 'Het RIVM pleit in feite voor nog meer zinloze verharding.


Wij bij Sweco zeggen juist dat trottoirs niet breder dan 2 meter hoeven te zijn, maar het RIVM pleit nu voor breder.' Volgens Meijer onderschat het rapport hoe vol de openbare ruimte al is. Onder- en bovengronds stapelen de opgaven zich op: kabels en leidingen, waterberging, mobiliteit, energietransitie en vergroening. Van Herwaarden-Slob: 'Met de vuistregels laten we zien welke ruimte vanuit gezondheidsperspectief nodig is. Omdat de ruimtelijke puzzel in Nederland complex is, adviseren we dat vuistregels lokaal passend gemaakt moeten worden. Daarnaast moedigen we aan om te stapelen: bewegen, groen en ontmoeten gaan vaak hand in hand.'

Beschermen wat er al is

Wat Meijer vooral mist, is een expliciete oproep om bestaand groen beter te beschermen. 'In bestaande wijken is vaak geen extra ruimte vrij te maken. Wat er al staat, heeft daarom extra waarde. Wat je hebt, hoef je niet opnieuw te maken.' Ook is hij kritisch op de aandacht voor mogelijke nadelen van groen, zoals allergieën en fijnstof. 'Dat zijn bekende, beheersbare kwesties. Met diversiteit in boomsoorten kun je veel problemen voorkomen. Door dit zo nadrukkelijk te benoemen, haal je de kracht uit je eigen verhaal.'


Geen wondermiddel, wel richting

De vuistregels van het RIVM brengen weinig nieuwe cijfers. De waarde ervan zit vooral in de manier van kijken. Groen, bewegen en ontmoeten worden expliciet verbonden met gezondheid. Dat geeft meer gewicht aan het onderwerp in gesprekken over de openbare ruimte. Tegelijk vervangen de vuistregels geen technische normen. Richtlijnen voor bomen, beheer en infrastructuur blijven nodig. De RIVM-publicatie lost de strijd om ruimte niet op, maar maakt wel duidelijk dat het gebrek aan groen een structureel probleem is - en dus een onderwerp waar steeds minder makkelijk omheen kan worden gepland. Daarmee verschuift de discussie van toepasbaarheid naar betekenis. Van Herwaarden-Slob: 'Een vervolgstap op deze publicatie het stapelen/integreren van de vuistregels is. Juist door met de praktijk in gesprek te gaan en met en van elkaar te leren waar we in de toepassing tegenaan lopen en hoe we de vuistregels nog praktischer toepasbaar maken.'


Vincent Luyendijk

Startpunt voor ander gesprek

Voor schrijver en adviseur Vincent Luyendijk ligt de betekenis van de vuistregels vooral in wat ze losmaken. Hij ziet ze niet als eindpunt, maar als startpunt voor een breder gesprek over hoe we ruimte gebruiken. 'Decennialang hebben we steden ingericht vanuit een oogpunt van doorstroming en efficiëntie. Deze vuistregels zetten daar iets anders tegenover: gezondheid, welzijn en verblijf.' Volgens Luyendijk is dat precies de verschuiving die nodig is om plekken te maken waar mensen zich prettig voelen, een lijn die hij ook beschrijft in zijn boek De fijne stad. De kracht van de vuistregels zit volgens hem niet in de exactheid, maar in de uitnodiging om keuzes opnieuw te wegen. 'Het gaat er niet om of het past binnen het bestaande systeem, maar om de vraag wat mensen nodig hebben voor een gezonde leefomgeving.' Juist cijfers als de 25 procent beweegvriendelijke ruimte maken dat gesprek concreet, zeker als je ze afzet tegen het grote ruimtebeslag van mobiliteit. Daarmee leggen de vuistregels volgens Luyendijk niet zozeer vast hoe het moet, maar waarover het gesprek zou moeten gaan.


LEES OOK

RIVM
Sweco Nederland B.V.
Norminstituut Bomen
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
bestel tijdschrift
tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER