Rekenkamers vier grote steden: vergroening grote steden blijft achter bij beloftes |
|
|
|
|
 |
| 273 sec |
Nanda 't Lam: Het kan niet en-en zijn: én hoge ambities én onvoldoende middelen
De vergroening van de vier grote steden blijft achter bij de torenhoge ambities van die steden. Dat blijkt uit een gezamenlijke analyse van rekenkamerrapporten uit Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Ecoloog Nanda 't Lam, bestuurslid bij de Rekenkamer Utrecht en woordvoerder van de G4 rekenkamers op dit onderwerp licht toe waar het in de praktijk misgaat: van budgettekorten tot een versnipperde uitvoering.
| Credits illustratie VI-ART |
Ik spreek met 't Lam af in Bar Beton bij Utrecht Centraal. Een naam die heel representatief is voor het groen rondom het station; er staan weliswaar verdwaald de nodige bomen, maar heel royaal is het zeker niet. Ook de zielige viooltjes die in de boomspiegel geplant zijn dragen daar niet aan bij. Van de grove den op het Stationsplein constateren we bijna in koor dat deze lijkt te denken 'Ik wil hier niet staan'. 't Lam vertelt over de onderzoeken van de G4 rekenkamers, die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd naar groen; in Gemeente Utrecht en Rotterdam (2024), Den Haag (2025), en Amsterdam (2021). Normaliter houden rekenkamers zich op de achtergrond, maar gezien het stijgende belang van groen is nu een uitzondering gemaakt. Volgens 't Lam is het beeld in alle vier de steden min of meer vergelijkbaar. Gemeenten formuleren hoge ambities voor vergroening, maar slagen er niet in die waar te maken. 'Er is vaak een verschil tussen wat beloofd wordt en wat je kunt realiseren. In Utrecht bijvoorbeeld groeide het budget voor groen van rond de € 3 miljoen in 2017 naar € 10 miljoen vanaf 2026, maar gaan Utrechtse ambtenaren er intern van uit dat jaarlijks €80 miljoen benodigd is.' Dat laatste bedrag komt volgens 't Lam weliswaar uit de dikke duim, maar is wel een aardige indicatie voor het verschil tussen ambities en wat werkelijk gerealiseerd kan worden. Ook in harde cijfers gerealiseerd groen is dat in Utrecht goed te zien. Het is Utrecht niet gelukt om in de periode 2017-2023 het openbaar groen mee te laten groeien met de ontwikkeling van de stad. Het aantal vierkante meters openbaar groen per huishouden daalde zelfs - vooral door de groei van het aantal inwoners - van 66,5 in 2022 naar 63,5 in 2026.
 | | Ecoloog Nanda 't Lam, bestuurslid bij de Rekenkamer van Utrecht en woordvoerder van de G4 rekenkamers |
|
|
Amsterdam
Ook de ambities in de gemeente Amsterdam zijn stevig: de stad wil rigoureus vergroenen. In de praktijk ontbreekt -aldus de Amsterdamse rekenkamer aan duidelijke normen voor wat 'voldoende groen' is. Daardoor is niet vast te stellen of doelen worden gehaald. Tegelijk sluit het bestaande groen vaak niet aan op actuele opgaven zoals klimaatadaptatie. Budget en organisatiekracht blijven achter, vooral bij beheer. Nieuw groen komt moeizaam van de grond en is bij ruimtelijke projecten vaak het sluitstuk. Voor Amsterdam geldt verder dat het groen van oudsher is ingericht met een focus op beeldkwaliteit en onvoldoende is gericht op andere doelen als biodiversiteit en klimaat. Iets vergelijkbaar is aan de hand in Rotterdam. De gemeente Rotterdam wil in 2030 klimaatadaptief handelen en in 2050 volledig klimaatbestendig zijn ingericht. In de praktijk blijven doelen vaag en niet meetbaar. Klimaatadaptatie is niet structureel verankerd in het beleid en hangt af van individuele projecten. Vergroening lift vooral mee met andere opgaven, waardoor urgente locaties niet altijd prioriteit krijgen. Hoewel het groenareaal groeit, ontbreken overzicht en sturing. Structurele financiering en duidelijke keuzes blijven achter bij de ambities.
Den Haag
Ook Den Haag wil het groen in de stad kwalitatief ontwikkelen en uitbreiden. In de praktijk ontbreekt het volgens de eigen Rekenkamer echter aan concrete doelen en sturing. Het groenareaal in beheer van de gemeente groeit weliswaar, maar deels doordat al bestaand groen in beheer wordt genomen. Of de ambities worden gehaald is onduidelijk, mede door gebrekkige monitoring. Tegelijk zijn middelen voor onderhoud structureel onvoldoende en niet gekoppeld aan de groei van de stad. Daardoor blijft onduidelijk hoe beleid, uitvoering en budget samen bijdragen aan de doelen.
Verschil droom & daad
Gemeenten lijken volgens 't Lam te accepteren dat ambities los kunnen staan van uitvoering. Ambities mogen hoog zijn -zo lijken gemeentes te redeneren-, ook als ze niet haalbaar of financieel gedekt zijn. 't Lam vindt dat risicovol. Het kan verwachtingen wekken die niet worden waargemaakt. Nanda 't Lam stelt: 'Colleges van B&W redeneren dat ambities heel groot mogen zijn zonder dat deze gekoppeld zijn aan budgetten. Zo wordt een onderscheid gemaakt tussen 'ambities' en concrete doelen voor één coalitieperiode. 't Lam: 'Als je heel veel ambities hebt, maar vervolgens geen budget bent je eigenlijk de burger aan het bedotten.' Dat is mede risicovol omdat je dan ook bijdraagt aan het dalend vertrouwen in de overheid. Dan worden de hoge ambities een soort marketingverhaal en verschuift het beleid richting beeldvorming.'
Groen als sluitpost
Een belangrijk knelpunt is de positie van groen in projecten. Groen staat zelden op zichzelf, maar wordt meestal gekoppeld aan andere opgaven, zoals woningbouw of infrastructuur. Ambtenaren krijgen de opdracht om werk met werk te maken. Helaas resulteert dit er vaak in dat groen pas laat in beeld komt. 'Een sluitstuk, terwijl het een volwaardige opgave is,' zegt 't Lam. Dat beeld sluit aan bij de analyse dat groen in stedelijke projecten vaak wordt gezien als iets 'wat erbij moet'. In de praktijk betekent dit dat groen het vaak aflegt tegen andere ruimteclaims. Dit wordt versterkt doordat de ambities voor groen niet worden vertaald in harde doelen. Parkeren, mobiliteit en de ondergrondse infrastructuur krijgen daardoor in de afweging prioriteit. Dat is ergens ook verklaarbaar. Zeker in binnenstedelijke gebieden is de ruimte simpelweg beperkt.
|
|
Het komt nog steeds voor dat een nieuwe wijk wordt gebouwd en er wel parkeernormen worden vastgesteld, maar geen norm of doel voor groen
| |
|
Versnipperde organisatie
Ook de verkokerde interne organisatie van gemeenten speelt een rol. Verschillende afdelingen werken met eigen budgetten, doelen en planningen. Dat maakt het lastig om integraal te sturen. 'Iedere afdeling heeft zijn eigen opgave, maar de samenhang ontbreekt,' aldus 't Lam. Dit leidt er onder meer toe dat planvorming, aanleg en beheer onvoldoende op elkaar aansluiten. Vooral de overdracht tussen afdelingen verloopt moeizaam, met gevolgen voor de kwaliteit van het eindresultaat. Sommige beleidsambtenaren opperen om een aparte teams op te tuigen die juist zorgt voor de koppeling tussen planvorming en beheer. 't Lam is daar niet van overtuigd. De oplossing zou veel eerder gezocht moeten worden in feit dat de afdeling onderhoud al vanaf het eerste begin betrokken wordt in de planvorming. Nu is het vaak nog zo dat die pas later aan tafel komen en dat de afdeling die initiatief neemt voor een bepaald plan, de speelruimte voor andere beleidsdoelen feitelijk inperkt. Zo komt het volgens 't Lam nog steeds voor dat er bijvoorbeeld een nieuwe wijk wordt gebouwd en er wel parkeernormen worden vastgesteld, maar geen norm of concreet doel voor groen. Bij nieuwe projecten wordt niet altijd structureel voldoende budget gereserveerd voor beheer en onderhoud. Daardoor kan de kwaliteit van het groen na aanleg snel achteruitgaan. Dit speelt in alle onderzochte steden.
|
|
Groen zit versnipperd over organisaties, budgetten en doelen
| |
|
Te weinig sturing op kwaliteit
Gemeenten sturen verder vooral op aantallen op kwantiteit, zoals het aantal bomen of hectares groen. Minder aandacht is er voor de werkelijke impact op biodiversiteit, gebruikswaarde of klimaatadaptatie. Daardoor is het lastig om te beoordelen of vergroening daadwerkelijk bijdraagt aan bredere doelen. In sommige gevallen zijn doelen bovendien zo algemeen dat ze feitelijk niet te toetsen zijn. Volgens 't Lam is meer differentiatie nodig. Groen heeft verschillende functies: verkoeling, waterberging, biodiversiteit en gezondheid. 'Je moet eerst bepalen wat je waar nodig hebt, en daar je keuzes op baseren. Er moeten keuzes gemaakt worden in waar je op stuurt, en die keuzes moeten passen bij het beschikbare budget.'
|
|
Je moet eerst bepalen wat je waar nodig hebt, en daar je keuzes op baseren
| |
|
Scherpere keuzes nodig
De rekenkamers zien dezelfde patronen in alle vier de steden. Tegelijk zijn er ook voorbeelden waar het wel lukt, vooral als groen vanaf het begin wordt meegenomen in de planvorming. De belangrijkste aanbeveling is daarom om scherpere keuzes te maken. Niet alle ambities kunnen tegelijk worden gerealiseerd. Gemeenten moeten prioriteiten stellen en die koppelen aan realistische budgetten. Daarnaast is meer samenhang nodig tussen beleid en uitvoering. Groen moet eerder in het proces worden meegenomen en niet pas aan het einde.
| Gemeente Den Haag OCW, Bu... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
|
 |
|
Ronnie Nijboer
vrijdag 5 juni 2026 |
|
Prachtige tekening ! Ergens liggen nog kansen voor de groene sector in het vergroenen van onze grote steden. |
|
|
|