Kort geding: Waterschap heeft misschien gelijk, maar zo ga je als overheid niet met de burger om |
|
|
|
|
 |
| 59 sec |
Een recente uitspraak van de voorzieningenrechter zet de verhouding tussen overheid en burger op scherp. In een kort geding oordeelde de rechtbank Oost-Brabant dat Waterschap De Dommel 'intimiderend' heeft gehandeld in een conflict met een inwoner van Sint-Oedenrode over het gebruik van een strook grond.
 |
De zaak draait om circa 200 vierkante meter grond langs de Dommel, die door de bewoner al jaren als tuin wordt gebruikt. Het waterschap stelde dat sprake was van onrechtmatig gebruik en sommeerde de bewoner om de grond te ontruimen. Daarbij werd ook aangekondigd dat het waterschap zelf tot ontruiming zou overgaan, op kosten van de bewoner. Volgens de rechter ontbrak hiervoor een juridische basis en werd de bewoner feitelijk gedwongen om naar de rechter te stappen. De handelwijze van het waterschap werd als "onbegrijpelijk" en intimiderend gekwalificeerd. De rechter verbood ontruiming en koppelde daar een dwangsom van 50.000 euro aan. Volgens de rechter past het aanspannen van een kort geding niet in deze situatie en zou het waterschap voor haar gelijk een rechtzaak moeten aanspannen
|
|
Het kort geding laat zien dat juridisch gelijk en bestuurlijk handelen niet altijd samenvallen
| |
|
Het waterschap zelf bestrijdt dat beeld. In een reactie stelt De Dommel dat de uitspraak "onevenwichtig" is en dat het eigen standpunt onvoldoende is meegenomen. Volgens het waterschap is de kernvraag - of de grond door verjaring in handen van de bewoner is gekomen - in het kort geding niet beantwoord. De zaak laat zien dat juridisch gelijk en bestuurlijk handelen niet altijd samenvallen. Ook als een overheid inhoudelijk een punt heeft, verwacht de rechter een zorgvuldige en evenwichtige omgang met burgers. Dat geldt zeker bij langdurige gebruikssituaties, waarin eigendom, beheer en vertrouwen door elkaar lopen.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|